NEDERGEDAALD TER HELLE  (II)

De hel heeft veel mensen grote angst ingeboezemd. En niet zonder reden, want de kerk schilderde deze plek van verderf en pijniging breedvoerig uit voor de gelovigen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken,dat de geestelijkheid deze poel van vuur vaak als stok achter de deur heeft gebruikt om de mensen in het gareel te krijgen en te houden. Buiten de muren van de kerk was geen eeuwig heil te verkrijgen en dus had je je, op straffe van eeuwig te moeten branden, te houden aan de voorschriften en geboden van de kerk. Talloze schilders hebben realistische voorstellingen gemaakt van zaligen die ten hemel voeren en verdoemden die afdaalden in het hellevuur.

Het wordt nu tijd om de bijbel er eens op na te slaan. Waar kunnen we iets gewaar worden over deze afschuwelijke martelplaats? Een handig hulpmiddel daarbij is de concordantie: een boek met alle woorden die in de bijbel voorkomen op alfabetische volgorde. In de concordantie liggen hel en hemel dus vlak bij elkaar, maar er is een wereld van verschil! Het woord ’hemel’ komt honderden keren voor, het kan niet op, maar de hel vind ik maar zes keer. (Parallelle teksten in de verschillende evangeliën tel ik dan voor één natuurlijk.) Hoe is het toch mogelijk dat zulke ongelijksoortige grootheden op hetzelfde niveau naast elkaar worden gezet in het denken van mensen die het idee hebben dat het na dit leven een dubbeltje op zijn kant kan zijn: hemel of hel? Komt dat van vroeger? Er bestaat ook een concordantie van de Statenvertaling. En wanneer ik die opsla, kom ik tot een verrassende ontdekking. De hemel komt net zo vaak voor als tegenwoordig, maar de hel veel en veel meer. Niet zes keer, maar wel vijftig keer! Dat betekent dus dat in de nieuwe vertaling van het bijbelgenootschap, die in 1951 gereedkwam, de hel voor een groot deel is weggesaneerd. Op de meeste plaatsen waar eerder de hel stond, staat nu: het dodenrijk of het graf. Iets soortgelijks is er gebeurd bij de nieuwe psalm-berijming. Geen hel meer te bekennen. Waar we vroeger met de woorden van psalm 116 zongen: “Ik lag gekneld in banden van den dood, daar d’ angst der hel mij alle troost deed missen”, zingen we nu (weliswaar niet zo vaak meer): “Toen de benauwdheid dreigend op mij viel en angsten voor het doodsrijk mij bekropen”. Eerst iemand die gaat sterven en bang is om in de hel terecht te komen, nu iemand die erg ziek is en bang is te moeten sterven. Dat is wel een verschuiving! Wat zit daar achter? Daarover gaat het een volgende keer.

Ds. Cor Waringa