NEDERGEDAALD TER HELLE (IV)

We hebben de vorige keer ontdekt dat de hel als een pijnigingplaats voor door God veroordeelde mensen in het Oude Testament niet voorkomt. De teksten met het woord ‘hel’ erin verwezen naar de dood. Hoe zit dat met het Nieuwe Testament? Ook hier treffen we het dodenrijk aan, zoals in het Oude Testament. In het Grieks is dan sprake van de ‘Hades’, de onderwereld, waar de doden heengaan. In Matheus 11: 23 zegt Jezus van het ongelovige Kapernaüm dat het niet hemelhoog verheven zal worden, maar dat het tot het dodenrijk zal neerdalen. Ook in Lucas 16 (waarover later meer) wordt van de rijke man uit de gelijkenis gezegd dat hij sterft en in het dodenrijk zijn ogen opslaat. In Handelingen 2 zegt Petrus dat Jezus niet in het dodenrijk is gelaten, maar is opgestaan. Zo zien we dat de vertalers ook in het Nieuwe Testament op veel plaatsen het woord ‘hel’, dat er in de Statenvertaling stond, hebben vervangen door het woord ‘dodenrijk’, namelijk steeds daar waar in het Grieks ‘Hades’ stond. Toch blijven er noch enkele plaatsen over waar een ander woord staat in de grondtekst. In drie bijbelgedeelten neemt Jezus het woord in de mond: Mattheüs 5, 29, 30, Mattheüs 10: 28 en Mattheüs 23: 15, 33 (met de parallelle plaatsen in andere evangeliën.) In het Grieks staat er dan ‘gehenna’. Daarnaast komt het woord nog een keer voor in de Jacobusbrief. Hier oorspronkelijk als ‘tartaros’. Over die twee begrippen wil ik het graag de volgende keer hebben.

Inmiddels is ons wel duidelijk geworden dat de hel heel wat minder prominent in de bijbel voorkomt dan we zouden vermoeden. Ons psalmboek kent de hel niet meer, maar in het Liedboek voor de Kerken vinden we verrassend genoeg de hel nog zo’n twintig keer terug, met daarnaast nog woorden als hellepijn, hellesmart, het helse vuur en de helse overmacht.

Dat komt gedeeltelijk doordat de hel een symbool is geworden van pijn en leed dat mensen overkomt. We spreken over de hel van Dachau en we kunnen zeggen dat mensen door een hel zijn gegaan. Op zo’n manier zingen we met gezang 401: ‘Al wordt de wereld ook een hel’, met gezang 214: ‘ ’t Zij wereld, dood of hel, Hij is mijn metgezel’ en met gezang 90: ‘Al heeft zich ook verheven de macht van dood en hel’. Soms ook komt het antieke wereldbeeld om de hoek kijken met de hemel boven de aarde en het dodenrijk onder de aarde, dat nog aangeduid wordt met het woord ‘hel’. Gezang 153: ‘De hemel, ’t aardrijk en de hel’, gezang 93: ‘er vaart een groot verbazen door hemel, aard en hel’.

Omdat het liedboek liederen van alle tijden bevat komen er ook gezangen in voor waarin de angst voor de hel nog heel duidelijk aanwezig is. Zo zingt Luther in gezang 272: ‘Midden in de angst der hel drijft ons onze zonde’ en in gezang 402: ‘Zo raakte ik in angst en nood, in wanhoop erger dan de dood, ter helle moest ik varen.’ Een heel speciaal thema vormt het geloof dat Christus in zijn dood ter helle is gevaren (Vandaar de titel boven deze serie) en dat Hij daar de macht van de duivel over de gestorvenen heeft verbroken. Ik kom daar in het vervolg uitvoerig op terug, maar hier geef ik vast een aantal voorbeelden uit paasliederen: gezang 222: ‘Hij heeft ridderlijk gestreden, hel en duivel neer getreden’, gezang 197: ‘de aarde juicht uit alle macht, de hel barst los in jammerklacht’ en gezang 227: ‘Gij breekt de poort der hel met macht’.

 

Ds. Cor Waringa