ENGELEN
In de dienst op 10 december stond Lucas 2: 26 – 38
centraal. De aankondiging van geboorte van Jezus door de engel Gabriël aan Maria. Bij de voorbereiding van die dienst
kwamen beelden bij mij boven uit de kinderbijbel van mijn jeugd. Bij ons thuis
lazen we uit het Groot Vertelboek voor de Bijbelse Geschiedenis van Anne de
Vries, met daarin tekeningen van C. Jetses. Engelen
worden daarin standaard uitgebeeld met grote vleugels op de rug. De engelen
horen zo te zien bij het gevederte. Verder hebben zij
een menselijk, meestal vrouwelijk, voorkomen. Het geloof in engelen is wijd
verbreid, 42 % van de Nederlanders gelooft zeker in het bestaan van deze
goddelijke boodschappers die heen en weer vliegen tussen hemel en aarde. Het
woord ‘engel’ komt namelijk van het Griekse ‘angelos’, dat ‘boodschapper’
betekent. Het zit ook in het woord ‘evangelie’ (goede boodschap).
Het Museum Catharijneconvent in
Utrecht heeft een tentoonstelling ingericht over engelen. "Zin in
Kerst" heet die expositie en hij is te zien van 7 december tot 7 januari
volgend jaar. Het museum heeft ook een boek laten verschijnen, waarin de
engelen in de kunst zijn beschreven. Ze staan er in een haast eindeloze
variatie in afgebeeld: mollige barokengeltjes, met veel te kleine vleugeltjes
om hen te dragen, aartsengelen als Michaël en Gabriël, beschermengelen en angstaanjagende aanvoerders van
hemelse legermachten, serafijnen, cherubijnen, het kan niet op. Het geloof in
engelen is van alle tijden en alle plaatsen. Al ver voor de christelijke jaartelling
kende men deze vreemde tussenwezens die bemiddelden tussen de goddelijke en de
menselijke leefwereld. Ik ben van plan om in de komende tijd nu en dan in
Fragmint een fragmentje te schrijven over engelen.
Ds. Cor Waringa