Engelen II

 

De vorige keer vertelde ik, dat het woord ‘engel’ van het Griekse ‘angelos’ komt, dat ‘boodschapper’ betekent. In het Nieuwe Testament wordt dan steeds een boodschapper uit hemelse gewesten, niet van deze aarde, bedoeld. Maar ook in het Oude Testament komen vanaf het begin engelen voor. Daar heet een engel in het Hebreeuws een malak (meervoud: malakiem), een gezondene, een bode, iemand die gestuurd is. Het is opvallend dat datzelfde woord in het Oude Testament ook voor mensen wordt gebruikt, wanneer ze een enkeling of een groep vertegenwoordigen. In Genesis 32: 2 en 3 wordt verteld dat er een groep engelen van God op Jakobs weg verschijnt wanneer hij terugkeert na zijn jaren bij Laban. Opvallend is, dat vlak daarop, in vers 4, precies hetzelfde woord ‘malakiem’ wordt gebruikt voor de boden die Jakob naar Ezau zendt. In 1 Samuël 19, vanaf vers 11 gaat het meerdere keren over mannen die door Saul gestuurd worden om David gevangen te nemen. Ook hier weer hetzelfde woord dat op andere plaatsen met ‘engelen’ wordt vertaald. Deze soldaten van Saul waren vast geen engelachtige lieverdjes. In sommige gevallen is de grens tussen een menselijke bode en een hemelwezen niet goed te trekken. In de meeste gevallen leken engelen zoveel op mensen dat het moeite kostte te ontdekken of men met een mens of met een echte engel van doen had.

In de Naardense bijbel van Piet Oussoren wordt het woord malak consequent met bode vertaald. Je hebt boden van God en boden van mensen, maar soms lijkt het te gaan over een heel speciale bode, die dan genoemd wordt: de bode van de Heer (58x) of de bode van God (11x). Andere hemelse wezens die in de bijbel genoemd worden zijn de godenzonen uit Genesis 6 en uit het boek Job, de machtigen (Ps. 78: 25) en de vorst uit het boek Daniël, die Michaël heet. Bij engelen gaat het er niet altijd even vreedzaam aan toe. Er wordt gesproken van hemelse legermachten en van engelen die het zwaard hanteren. Denk eens aan de verhalen van de engel van de Heer die in het vijandelijke legerkamp van de Assyriërs op een rampzalige ma-nier huishoudt: 185.000 doden! Op de onderstaande afbeelding een houtsnede van Albrecht Dürer (1498): Michaël en zijn engelen vechten met de draak uit Openbaring 12: 7.

Ds. Cor Waringa