ENGELEN V

 

In een tijd waarin men zich niet goed kon voorstellen hoe God op afstand zijn invloed kon doen gelden, fungeerden engelen als boodschappers en vertegenwoordigers van God hier op aarde. Op een min of meer naïeve manier werd gedacht dat zij de afstand tussen de hoge hemel en dit ondermaanse met hun vleugels konden overbruggen. Overigens hadden ze ook in de hemel hun werk. Toen in de middeleeuwen de gedachte nog algemeen aanwezig was, dat de stand van de planeten bepalend was voor het lot van de mensen hier op aarde (een waanvoorstelling waar een verre achterhoede van astrologen en horoscooptrekkers vandaag de dag nog steeds van uitgaat), veronderstelden theologen dat die planeten op Gods bevel door engelen in beweging werden gebracht.

Nu, in het begin van het derde millennium beleven engelen een periode van hoogconjunctuur. Maar het zijn niet meer de engelen uit de bijbel en uit de kerkelijke traditie. Er wordt veel over engelen en aanverwante wezens geschreven. In het dagblad TROUW staan regelmatig verslagen van mensen die een religieuze ervaring hebben gehad, die hun leven ingrijpend heeft beïnvloed. Deze stukjes beginnen steevast met de vraag: Wat hebt u meegemaakt? Vaak gaat het dan over een gebeurtenis die door de betrokkenen geïnterpreteerd wordt als contact met een andere wereld. Ze hebben een stem gehoord die hen heel duidelijk iets zei, of ze hebben een licht gezien, of ze hebben, zonder iets te zien, alleen maar de aanwezigheid gevoeld van een geruststellende macht.

Bekend zijn de verhalen over bijna-dood-ervaringen die sinds een jaar of dertig veel de ronde doen. Mensen vertellen na een operatie, of na een levensbedreigend coma dat ze een ontmoeting hebben gehad met een stralende, in het wit geklede figuur die hen troostte en verwelkomde. Sindsdien zijn ze niet bang meer voor de dood, ja moeten ze zelfs een zekere teleurstelling overwinnen omdat ze hier in dit leven weer verder moeten. Iemand die hier veel onderzoek naar gedaan heeft, was de Zwitserse arts Elisabeth Kübler-Ross, die zonder meer aannam dat mensen op de drempel van de dood  omgeven wordt door geestelijke wezens. Zoals in zoveel andere gevallen heeft ook de natuurwetenschap dit fenomeen onderzocht. Hieruit bleek dat de hersenen bij sommige mensen in kritieke situaties een stofje produceert dat de pijn verlicht en positieve waarnemingen veroorzaakt. Dit roept de vraag op of het niet zo is dat de waargenomen engelen misschien alleen in de geest van de betreffende personen bestaan.

 

 

 

 

                                                                  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In zijn psychiatrische analyses spoorde Jung zijn

patiënten aan  om te schilderen en te tekenen.

Dit is zo’n tekening van een engel

 

Ds. Cor Waringa