Klik op vorige in uw browser om terug te keren naar kerkpleinjoure

ALGEMEEN

 

---

ONTMOETING MET DE ISLAM (DEEL 1)

 

Inleiding

Tijdens mijn laatste studieverlof heb ik mij o.m. beziggehouden met de islam. En onlangs was ik deelnemer aan een ontmoetingsdag van imams en pastores. Graag wil ik het een en ander d.m.v. een artikelenserie aan u doorgeven. Ik zal daarbij niet alleen putten uit wat ik leerde tijdens mijn studieverlof en op de ontmoetingsdag. Ook de krant - in mijn geval Trouw - vormde sinds 11 september 2001 een niet aflatende bron van informatie. U begrijpt dat ik niet kan schrijven over de islam als godsdienst sec. Daar ga ik wel mee beginnen: over het ontstaan van deze religie, over Mohammed, haar stichter, over de godsdienstige voorschriften en gebruiken. Het spannende komt daarna: wij ontmoeten vandaag een islam in velerlei vormen, in ons eigen land en wereldwijd. Westerse mensen, voor een deel met een christelijke achtergrond, worden geconfronteerd met mensen die vanuit een geheel andere cultuur komen. Hier in het westen zijn we meegegroeid met een cultuur, waarin zelfstandig en kritisch nadenken, democratie en mensenrechten gemeengoed zijn. Hoe wordt er binnen de islamitische wereld tegen deze waarden aangekeken? Hoe zou een gesprek met een moslim kunnen verlopen? U zou deze artikelenserie kunnen zien als een voorbereiding op het volgende seizoen: dan zal de heer P. Heemskerk een lezing komen houden over de ontmoeting met de islam.

 

Het woord ‘islam’

‘Islam’ betekent ‘overgave’. Een moslim (man) of moslima (vrouw) is iemand die zich aan God heeft overgegeven. Een moslim zal zichzelf niet mohammedaan noemen. Deze laatste benaming is een door christenen ingevoerde term.

 

Mohammed

Mohammed leefde van ongeveer 570 tot 632 na Chr. Hij woonde in Mekka, op het Arabische schiereiland, het huidige Saoedi-Arabië. De Arabieren van die tijd hingen een natuurgodsdienst aan. Bronnen, bomen en rotsen konden de woonplaats zijn van goede of boze geesten. Hun godsdienstige praktijk bestond uit het aanroepen van en het offeren aan de goede geesten om hun bescherming en steun te verkrijgen tegen de boze machten. Ook de hemellichamen werden door sommigen als goden aanbeden. Temidden van de vele goden was er ook één die men Allah noemde, de schepper van de wereld, de heer van de Kaäba.

Als jonge man kwam Mohammed in dienst van de rijke weduwe Chadiedja, die een belangrijke handelsonderneming bezat. Voor haar bedrijf maakte Mohammed vele reizen tot in Palestina en vermoedelijk zelfs naar Jeruzalem. Chadiedja was vol bewondering voor haar dienaar en trouwde met hem. Kort daarna trok Mohammed zich terug in een grot om in stilte te kunnen mediteren. Op een dag raakte hij door een soort visioen ervan overtuigd, dat hij geroepen was om zijn volk te hervormen. Vanaf dat ogenblijk begon hij te verkondigen dat het laatste oordeel nabij was en dat ieder mens daarom rechtvaardig en eerlijk moest gaan leven.

 

Eén God

Tegenover de heidense godsdienst van zijn tijd met de vele goden verklaart Mohammed dat er maar één God is, Allah, en Mohammed is zijn profeet.

 

Verbondenheid met jodendom en christendom
Door deze hervorming voegt de religie van Mohammed zich bij de monotheïstische godsdiensten jodendom en christendom. Het is een interessante vraag in hoeverre Mohammed het joodse en christelijke geloof van binnenuit gekend heeft. In de stad Medina, waar Mohammed een tijdlang woonde, was een belangrijke joodse gemeenschap gevestigd. In Jemen waren een paar kleine groepjes christenen. En er waren uiteraard joodse en christenhandelaren op doorreis. Het schijnt dat Mohammed niet direct over de bijbel heeft beschikt, die nog maar nauwelijks en gedeeltelijk in het Arabisch was vertaald. Hij moest het doen met wat men hem vertelde over de inhoud van sommige bijbelgedeelten, vermengd met legenden. We komen in de koran o.m. Abraham, Izaak en Jacob tegen. Met groot respect wordt geschreven over Jezus, de zoon van Maria (Isa ibn Marjam). Hij was een groot profeet en weldoener. Toen hij gearresteerd was en ter dood gebracht zou worden, heeft God hem precies op het noodlottige moment bij zich gehaald en heeft hij de dood niet gekend. Volgens de koran is er dus geen kruisiging van Jezus geweest, geen dood aan het kruis en geen opstanding, maar is Jezus opgenomen in de hemel (wordt vervolgd).

 

Nogmaals Mohammed

Dankzij enkele uitspraken van Ayaan Hirsi Ali, inmiddels Tweede Kamerlid voor de VVD, staat Mohammed in het middelpunt van de belangstelling. In de rubriek ‘De tien geboden’ van het dagblad Trouw van 25 januari j.l. vertelt ze hoe zij de islamitische cultuur heeft ervaren en waarom zij haar geloof heeft verloren. In dit interview noemt ze Mohammed een perverse man en een tiran. Boven vertelde ik dat Mohammed trouwde met zijn bazin Chadiedja. Volgens de overlevering is hij zijn eerste vrouw altijd trouw gebleven. Na haar dood nam hij zich meerdere vrouwen, sommige uit liefde, andere uit politieke overwegingen. Hoewel Mohammed er meer had, beperkte de islamitische wet het toegestane aantal vrouwen tot vier.

Waar Hirsi Ali over valt, is dat Mohammed huwelijken sloot die minstens de wenkbrauwen doen fronsen: hij neemt de vrouw van zijn pleegzoon en hij wordt verliefd op de negenjarige dochter van zijn beste vriend. Wanneer er tegenwerpingen komen tegen zijn plannen, antwoordt Mohammed dat het de wil van Allah is. Wie was Mohammed? Dat zullen we nooit precies weten. De oudste schriftelijke overleveringen over zijn leven dateren van meer dan 100 jaar na zijn dood. Wanneer alle overleveringen naast elkaar gezet worden en minder bevooroordeeld gelezen worden dan Hirsi Ali doet, dan komt Mohammed naar voren als een complexe persoonlijkheid. Een religieus genie, een bekwaam politiek strateeg, een geslepen diplomaat. Soms een doordouwer, dan weer onzeker over eigen functioneren. In zijn politieke en gewapende strijd wisselen meedogenloosheid en medemenselijkheid elkaar af.

 

Aanbevolen literatuur: Claude F. Molla, De islam - 150 vragen en antwoorden.

 

Ds. P. Lindhout

Terug naar boven

---

ONTMOETING MET DE ISLAM (deel 2)

 De godsdienstige praktijk
In dit tweede artikel wil ik in het kort schrijven over de godsdienstige regels en gebruiken binnen de islam. Eerst schrijf ik over het onderscheid tussen rein en onrein. Het grootste deel van dit artikel is gewijd aan de ‘vijf zuilen’ van het geloof, dat zijn de belangrijkste godsdienstige plichten van een moslim. Deze vijf zuilen zijn: de geloofsbelijdenis, het gebed, de belasting, het vasten en de pelgrimage.

 Rein en onrein
De dingen die een mens onrein maken en die men dus niet moet aanraken, zijn: alcoholische dranken, een hond, varkensvlees, een kadaver van een dier dat niet op rituele wijze de hals is afgesneden, bloed en uitwerpselen. Sommige menselijke handelingen brengen op zichzelf onreinheid met zich mee en vragen om reiniging: toiletbezoek, seksueel verkeer, menstruatie. Door rituele wassingen wordt men bevrijd van bezoedeling. Een man wast voor het moskeebezoek zijn gezicht, zijn handen en voeten.

 De ‘sjahada’ of geloofsbelijdenis
De eerste godsdienstige verplichting is het uitspreken van de geloofsbelijdenis: "Ik belijd dat er geen andere god is dan God en dat Mohammed zijn gezant is".

 De ‘salaat’ of het rituele gebed
Elke dag zijn er vijf gebedsmomenten. Men kan bidden in elke plaats of ruimte, die rein is. Meestal vindt het gebed plaats in de moskee. Toen ik onlangs tijdens een gebedsdienst in een moskee was, vielen me de volgende dingen op. Eerst wordt er individueel geknield en gebeden. Er is dus ruimte voor persoonlijke geloofsuitingen. Daarna wordt er gezamenlijk geknield en gebeden, o.l.v. van iemand die het gebed leidt. Er wordt gebeden in het Arabisch, de taal waarin de koran geschreven is. Voor en na de gebeden is het een sociaal gebeuren. De moskee fungeert blijkbaar als plaats van ontmoeting. Het is wel een mannengemeenschap. Waar zijn de vrouwen? De vrouwen worden niet toegelaten om samen met de mannen te bidden. Soms is er voor hen een ruimte gereserveerd buiten het zicht van de mannen.

 De ‘zakaat’ of de rituele belasting
Van elke moslim wordt 2,5% van zijn bezit gevraagd. De armen zijn van deze plicht vrijgesteld. De belasting is o.m. bestemd voor de armen en behoeftigen en voor slaven, opdat dezen zich kunnen vrijkopen. De belasting is ook bestemd voor de strijders voor het geloof. Sinds de zelfmoordaanslagen van Palestijnen en leden van Al-Kaida weten we tot wat voor huiveringwekkende gevolgen zo’n heilige oorlog (‘djihaad’) kan leiden.

 De saum of het vasten in de maand ramadan
Tijdens de ramadan mag er van zonsopgang tot zonsondergang niet gegeten, gedronken en gerookt worden. Zieken en zwakken zijn van deze verplichting vrijgesteld.

 De ‘haddj’ of de pelgrimstocht
De pelgrimstocht is een plicht voor elke moslim, man en vrouw, die gezond naar lichaam en geest is. Voorwaarde is wel dat hij of zij voldoende middelen bezit en degenen die aan zijn of haar zorg zijn toevertrouwd niet in moeilijkheden brengt.

De pelgrimstocht moet één keer in een leven gemaakt worden en bestaat uit een reis naar Mekka, een bezoek aan het heiligdom met de Kaäba en de vervulling van een strikt ritueel rondom die tempel.

Ds. P. Lindhout

Terug naar boven

---

ONTMOETING MET DE ISLAM (DEEL 3)

Islam en het moderne denken

 

Durf te denken!

In dit derde artikel zal ik schrijven over de houding die moslims aannemen tegenover het moderne denken. Daarmee bedoel ik het geestesklimaat dat zich in het westen ontwikkeld heeft onder invloed van de Verlichting (sinds de 18e eeuw). De filosoof  Immanuël Kant bracht het program van de Verlichting als volgt onder woorden: de mens moet uittreden uit zijn onmondigheid. Het motto werd: mens, durf te denken! Het ging dus om de vrijheid om zelf te denken, zonder de beperkingen die overheid of kerk zouden kunnen opleggen. En daarmee ging het om de vrijheid van meningsuiting.

 

Durf te interpreteren!

Onze visie op Schrift en geloof is dankzij het verlichtingsdenken ingrijpend veranderd. Aanvankelijk was er in de 19e en 20e eeuw binnen grote delen van de kerk verzet tegen deze rationele, menselijke benadering van de Schrift. Uiteindelijk heeft deze benadering ook winst opgeleverd. Het werd niet langer mogelijk om te poneren: “Het staat er, dus!”. Of: “De kerk zegt het, dus!” Wanneer de bijbel op deze manier gehanteerd wordt, kan hij een onderdrukkend instrument worden, bijv. ten aanzien van de positie van vrouwen en homo’s.

Eerst moeten er kritische vragen gesteld worden: Hoe waren de omstandigheden toen? Hoe zijn de omstandigheden nu? Wat zouden deze schriftwoorden dan eventueel voor onze situatie kunnen betekenen? M.a.w. eerst interpreteren, dan eventueel citeren.

 

De historische achtergrond van de moslims

De moslims hebben een andere geschiedenis achter de rug dan de Europeanen. Politiek en cultureel kenden de moslims een langdurige bloeitijd van de 7e tot de 12e eeuw. Zij waren heer en meester van India tot in Zuid-Frankrijk. De wetenschap en de kunsten bloeiden. In vergelijking met deze cultuur was West-Europa een onderontwikkeld gebied. De kennis van de Griekse filosofie en de Arabische wiskunde is via de moslims in Europa bekend geworden.

De tijden veranderen. Het grootste gedeelte van de moslimlanden is in de 19e en 20e eeuw een kolonie geweest. Nog altijd voelen ze de druk van het westerse neokolonialisme (olie!). Met heimwee kijkt men terug naar de periode, toen de moslimwereld superieur was. Nu is er de frustratie: het westen, Amerika en Israël maken de dienst uit.

 

Een stap vooruit

In het licht van het bovenstaande is het niet verwonderlijk dat moslims de gedachten van de moderniteit met argwaan benaderen, al was het alleen maar omdat deze denkbeelden uit het westen komen. Toch moet gezegd dat men er gevoelig voor is. We kunnen twee bewegingen onderscheiden. Er zijn geleerden die benadrukken dat je de koran moet blijven interpreteren. Onder welke omstandigheden is dit aan Mohammed geopenbaard? Of zijn het woorden uit later tijd? Hoe komt het dat Mohammed op de ene plaats de joden en de christenen een beschermde positie garandeert en dat er op andere plaatsen harde woorden vallen t.a.v. joden en christenen? Er moet gezegd dat veel geleerden die op deze wijze opkomen tegen een verstarring van de islam inmiddels naar het westen zijn uitgeweken.

 

Een stap terug

De confrontatie met het westerse denken brengt een tweede beweging opgang, die van afweer. Alles wat uit het westen komt is sowieso verdacht. Het zijn denkbeelden van ongelovigen. Men trekt zich terug op het eigen erfgoed. De bloeiperiode van de islam wordt verheerlijkt. Zo moet het weer worden. Het beangstigende is dat menige moslim hieruit politieke consequenties trekt. En hoe zit het nu met het lezen en toepassen van de koran?

Die hoef je niet te interpreteren. De juiste interpretatie van de koranteksten staat vast, al eeuwenlang, aldus luidt de officiële leer. Karel Steenbeek die een gedeelte van de koran becommentarieerde, schrijft: “op de koranlessen in de moskee - ook in Nederland - leren jongeren de koran in het Arabische schrift lezen, daarna leren ze het uit het hoofd en krijgen ze er één uitleg bij, dé uitleg begrijpen hoeft niet.” M.a.w. zelf nadenken is niet nodig!.

Ds. P. Lindhout

Terug naar boven

---

ONTMOETING MET DE ISLAM (DEEL 4)

 

Islam en mensenrechten I

 

Islam en democratie

Bijna geen enkele staat met een overwegend islamitische bevolking is democratisch georganiseerd. Een van de voorwaarden voor democratie is de scheiding van kerk en staat. Politieke leiders en geestelijke leiders hebben hun eigen terreinen. De overheid van de ene kant mag de godsdienst niet aan banden leggen. De godsdienstige leiders van hun kant mogen hun religieuze wetten en regels niet opleggen aan de samenleving, en dus aan andersdenkenden. In de islamitische wereld kennen alleen Turkije en Egypte een scheiding van godsdienst en staat. Een andere voorwaarde voor democratie is dat de wetgeving in gezamenlijk overleg, langs parlementaire weg geschiedt. Op het islamitische erf geldt de ‘shari’a’ als hoogste wet; deze staat boven door mensen gemaakte wetten en regels.

 

De shari’a

De shari’a is de wet van God, toegepast op alle aspecten van het menselijk leven. Aangezien de koran heel weinig concrete voorschriften geeft, bijv. ten aanzien van het sociale leven, hebben moslim wetgeleerden uit de eerste drie eeuwen van de islam zich ingespannen om een complete verzameling wetten te maken, zowel een wetboek van strafrecht als een burgerlijk wetboek. Binnen de islam zijn er vier scholen van wetgeleerden. Zij vinden allemaal dat hun wetten een goddelijke autoriteit hebben. Omdat hun wetten streng waren, zijn ze nooit helemaal toegepast. Sommige fundamentalistische bewegingen willen dat in onze tijd wel doen.

 

Andersdenkenden

Volgens de shari’a hebben andersgelovenden een lagere status dan moslims. Voor polytheïsten (die in meerdere goden geloven) bestaat er geen vrijheid van godsdienst. Joden en christenen, die evenals de moslims monotheïst zijn, hebben vanouds een tweederangs status. Ze worden dhimmi’s genoemd: ‘beschermden’. De dhimmi’s zijn uitgesloten van overheidsambten en betalen een eigen belasting. Saoedi-Arabië is een geval apart. Officieel mogen op het Arabische schiereiland, waar de heilige plaatsen Mekka en Medina liggen, geen andere godsdiensten worden beleden. Regelmatig horen we over Filippijnse gastarbeiders die veroordeeld worden, nadat zij betrapt zijn op het bezoeken van een christelijke eredienst of bijbelstudiegroep. Men baseert deze rigide wetgeving op een uitspraak die Mohammed op zijn sterfbed gedaan zou hebben: “Zuiver het Arabisch schiereiland van andere godsdiensten”. Het is zeer de vraag of Mohammed dit gezegd heeft. Hij had over het algemeen goede contacten met christenen. Om politiek-strategische redenen maakte de Saoedische overheid ten tijde van de Golfoorlog een uitzondering voor de militairen en hun gezinnen op de Amerikaanse bases. Amerikanen toegelaten op het heilige schiereiland, met de permissie om hun westerse godsdienst te belijden, dat was voor de Saoediër Osama bin Laden onverteerbaar.

 

De positie van vrouwen

Ook vrouwen hebben volgens de shari’a een lagere status en dus minder rechten. Een vrouw die overspel heeft gepleegd, kan veroordeeld worden tot steniging (vergelijk Johannes 8).  Dit gruwelijke lot hangt Amina Laval, een ongehuwde moeder uit het noorden van Nigeria, boven het hoofd. Wij vragen ons dan onmiddellijk af: en de man, de vader van dit kind, wordt hij niet ook aansprakelijk gesteld? Zelfs in geval van verkrachting gaat de man vaak vrijuit.

Hoe kan dat? Hirsi Ali, voorvechtster van de rechten van moslimvrouwen, geeft antwoord.

In Trouw van 24 november 2001 schrijft ze: "Voor de meeste moslims staat de autonomie van het individu niet op de eerste plaats. Voor westerse mensen is dat een kostbare waarde: de vrijheid en autonomie van de individuele mens. Voor een moslim scoren de volgende waarden hoger: de gemeenschap, de eer van de familie, onderwerping van het kind aan de ouders, van de vrouw aan de man en van de mens aan God".

 

Vooruitblik

De volgende keer proberen we de vraag te beantwoorden: hoe verhoudt zich bovenstaande met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens?

Ds. P. Lindhout

Terug naar boven

---

ONTMOETING MET DE ISLAM (deel 5)

 Islam en mensenrechten II

 

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

Dat mensenrechten geëerbiedigd en beschermd behoren te worden is voor ons vanzelfsprekend (of het altijd gebeurt, is een tweede). Toch is het idee van ‘mensenrecht’ als maatschappelijk en politiek item een modern begrip. Het ontstond tijdens de Verlichting en draagt dus een westers karakter. Dit denken over de mensenrechten mondde in 1948 uit in de opstelling van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Moslims hebben moeite met deze Verklaring, omdat een verwijzing naar God of naar een openbaringsbron ontbreekt. Dezelfde moeite toonden christenen. Het Vaticaan ondertekende de verklaring pas in 1961!

Maar ook inhoudelijk staat de Verklaring op gespannen voet met het islamitische recht.

Drs. Jaap Kraan, die jarenlang aan het Christelijk Studiecentrum in Rawalpindi (Pakistan) werkte, noemt enkele voorbeelden. Artikel 16 van de Verklaring zegt, dat mannen en vrouwen vrij kunnen huwen. Maar moslims hebben er moeite mee dat een moslim vrouw een niet-moslim man kan huwen. Een moslim man mag wel een jodin of christin huwen, maar geen ongelovige vrouw. Artikel 18b zegt dat er vrijheid moet zijn om van godsdienst te veranderen. Maar voor moslims stamt een verbod op geloofsafval al uit de tijd van Mohammed, toen joden in Medina probeerden pasbekeerde moslims over te halen. Discussie is er ook rond stakingsrecht, strafrecht en de positie van de vrouw. Gezegd moet worden dat de moslimwereld zich intensief met deze vragen bezighoudt. Zo zag in 1981 in Parijs de Algemene Verklaring van Mensenrechten in de Islam het licht. Men suggereert dat deze verklaring uitgegeven is door een centraal islamitisch leergezag, maar dat is niet het geval; dat bestaat trouwens niet meer sinds het kalifaat is afgeschaft. Deze verklaring is opgesteld door een privé-organisatie van moslims in Europa. Binnen de moslimwereld wordt dus zeer verschillend gedacht over de mensenrechten. Moslims in Europa verkeren in een andere situatie dan moslims in een islamitisch land. Duitse moslims aanvaardden begin 2002 een Islamitisch Magna Charta. Daarin aanvaardden ze de democratische rechtsstaat, de Duitse grondwet, de scheiding der machten (uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht) en wezen ze de theocratie af. In een islamitisch land zal dit niet zo eenvoudig zijn. Zeker niet wanneer er sterke anti-westerse sentimenten bestaan of wanneer er sprake is van een grote fundamentalistische minderheid die een verscherping van de shar’a-wetgeving eist.

 

Een brede kloof

We luisteren naar Riffan Hassan. Zij is een feministe uit Pakistan, die op dit moment docent is in Canada. Wanneer zij de koran leest, komt zij daarin de volgende grondrechten tegen: het recht op leven, op respect, gerechtigheid, vrijheid, het vergaren van kennis, het recht op voedsel, op arbeid, op privacy, het recht van bescherming tegen kwaadsprekerij, laster en ridiculisering; het recht om het eigen gevoel voor schoonheid te ontwikkelen en te genieten van de door God geschapen gaven; het recht om het vaderland te verlaten als daar onderdrukking heerst; het recht op ‘een goed leven’. Vervolgens constateert zij dat er in de hele islamitische wereld een diepe kloof gaapt tussen deze idealen uit de koran en de islamitische praktijk. Ze voegt eraan toe: “Over deze kloof schaam ik mij”.

 

Schending van de rechten van de vrouw

Riffat Hassan beschrijft hoe de rechten van vrouwen en meisjes geschonden worden, soms onder het mom van het islamitische recht. De veel voorkomende moord op de echtgenote wordt verhuld door de zogenaamde ‘doodslag uit eer’. Veel meisjes worden op minderjarige leeftijd uitgehuwelijkt, hoewel het huwelijk in de islam als een contract wordt beschouwd. Daarbij wordt verondersteld dat beide partijen volwassen zijn en uit vrije wil handelen. In de koran valt geen enkel negatief oordeel over scheiding. Ook vrouwen mogen scheiden. Toch wordt het in islamitische samenlevingen voor vrouwen bijzonder moeilijk gemaakt om te scheiden. Een gescheiden vrouw moet in de meeste islamitische samenlevingen haar kinderen afstaan, hoewel de koran voorschrijft dat de opvoeding in onderling overleg geregeld moet worden. Tenslotte: de koranwetten met betrekking tot de kleding en het gedrag van vrouwen hadden oorspronkelijk de bedoeling om het voor vrouwen veiliger te maken hun dagelijkse bezigheden te verrichten, binnens- en buitenshuis (bijv. betaald werk!), zonder dat ze bang hoefden te zijn  voor seksuele intimidatie of aanranding. Toch houden veel islamitische samenlevingen vrouwen verborgen achter sluiers en gesloten deuren, onder het voorwendsel hun deugdzaamheid te beschermen. Maar volgens de koran is het opsluiten in de woning geen normale manier van leven voor een vrouw. Wanneer het een vrouw verboden wordt uit te gaan, dan is dat juist een straf voor ‘onkuisheid’.

 

Terugblik en vooruitblik

Bovenstaande maakt duidelijk dat het niet aangaat om de islam te bestempelen als een ‘achterlijke godsdienst’. We moeten onderscheid maken tussen de islam als godsdienst en hoe mensen in hun land en in hun omgeving daar vorm aan gegeven hebben. We moeten onderscheid maken tussen godsdienst en cultuur. Ook op grond van het christelijke geloof zijn er griezelige wetten uitgevaardigd. Nog steeds worden er door kerken en groepen onderdrukkende regels opgedrongen op grond van de bijbel. We zouden protesteren wanneer alle christenen op één hoop gegooid zouden worden. Heilige teksten kunnen goed en bevrijdend zijn; mensen kunnen er echter, als dat in hun belang is, een onderdrukkend systeem van maken.

De volgende keer het laatste artikel: “In gesprek met een moslim”.

 

Ds. P. Lindhout

  Terug naar boven

---

ONTMOETING MET DE ISLAM (DEEL 6)

In gesprek met een moslim

 

De noodzaak van de dialoog

Nederland is een multireligieus en multicultureel land geworden. Mensen met uiteenlopende levensvisies en met sterk verschillende culturele achtergronden leven samen in één land en staan voor de uitdaging om een waarachtig sámenleven te waarborgen. Wereldwijd zijn we getuige en deelgenoot van bloedige conflicten, waarbij godsdienst een rol speelt. Godsdiensten prediken liefde en vrede. Maar de realiteit is vaak anders: mensen kunnen met een beroep op hun religie het onheilige vuur van onverdraagzaamheid en haat juist aanwakkeren. We hoeven niet ver terug te gaan in de geschiedenis: jodenhaat, Servisch nationalisme, Al-Kaida. Als vooroordelen en vijandsbeelden tussen vertegenwoordigers van verschillende godsdiensten blijven bestaan, zijn liefde en vrede de verliezers. Daarom is het van belang om met elkaar in gesprek te komen. Door kennis met elkaar te maken, kan er respect groeien. De ander is niet dan alleen een andersgelovende, hij wordt ook een medemens.

 

De regels van de dialoog

Omdat er in zoveel vooroordelen bestaan, is de kans groot dat een gesprek al snel hapert of uitloopt op een bevestiging of versterking van de vooroordelen. Het gaat er bij het gesprek toch om om respect en begrip te bevorderen. Om dit doel te bereiken heeft  prof. dr. D.C. Mulder vier regels opgesteld:

1. Probeer de ander te begrijpen, zoals hij of zij begrepen wil worden. Dus niet: jij bent een moslim en dus denk je zus of zo, of jij bent een christen en dus denk je zus en zo. Het komt erop aan om eerst goed te luisteren. De luisterhouding gaat gepaard met het stellen van open vragen. Telkens weer de vraag: Wat bedoel je? Hoe bedoel je dat? Begrijp ik het zo goed? En als jíj bevraagd wordt: Begrijp je wat ik bedoel? Begrijp je hoe ik dat zie? Dialoog en getuigenis sluiten elkaar niet uit. Wanneer ik rekenschap afleg van de hoop die in me is, dan is dat een getuigenis. Getuigen is je persoonlijke geloofsovertuiging uitspreken. Wil ik echter de ander óvertuigen van mijn waarheid, dan laat ik blijken dat ik de ander en zijn of haar overtuiging niet respecteer.

2. Niet ons eigen ideaal vergelijken met de werkelijkheid van de ander. Een voorbeeld: ‘het christendom is een godsdienst van vrede en naastenliefde, maar de islam is een godsdienst van geweld en oorlog’. De werkelijkheid is dat beide godsdiensten streven naar vrede en naastenliefde, maar bij beide is de werkelijkheid soms schrijnend anders.

3. Probeer aandacht te schenken aan het beste in de godsdienst van een ander en niet of niet alleen aan de minder aantrekkelijke punten van de ander.

4. Je mag heus wel kritische vragen stellen aan een ander, maar wees dan ook bereid tot zelfkritiek. En omgekeerd: schaamtevolle erkenning van het met bloed bevlekte verleden van het christelijke Europa hoeft niet te betekenen dat kritische vragen aan moslims achterwege zouden moeten blijven. Bijv. de vraag: in Europa wordt de ene moskee na de andere gebouwd, waarom mag er in Mekka,  geen kerk gebouwd worden?

 

De inhoud van de dialoog

Het gesprek kan twee kanten opgaan. De ene mogelijkheid is het geloofsgesprek. We vertellen aan elkaar wat we geloven en wat we hopen. We kunnen daarbij starten bij onze gemeenschappelijke traditie: God, Abraham, Jezus. In de koran staat geschreven: “Zegt tot de lieden van de schrift (de joden en de christenen): Wij geloven in Hem die zich aan ons heeft geopenbaard en die zich aan u heeft geopenbaard; onze God en uw God zijn één en wij zijn aan Hem overgegeven” (Soera 29, vers 46). We kunnen ook praten over Abraham, die door jood, christen en moslim beschouwd wordt als de geestelijke oervader. We praten over Jezus. Wie is Jezus voor jou? Wie is Jezus voor mij? Waarom, mijn beste moslimbroeder en -zuster, heb jij er moeite mee dat Jezus aan het kruis gestorven zou zijn? Waarom behoort Jezus’ kruisdood voor mij tot het hart van het geloof? Juist tijdens een geloofsgesprek zullen we ontdekken dat we het op veel punten niet eens zijn. Maar: twee mensen, twee groepen ontmoeten elkaar en vertellen elkaar wat hen ten diepste beweegt.

De dialoog tussen mensen met een verschillende godsdienst kan zich ook richten op het gebied van waarden en normen. Onze tradities en gewoonten zijn verschillend, maar geldt dat ook voor onze waarden? Hebben moslims en christenen gemeenschappelijke waarden? Dan blijkt dat er, zeker bij christenen en moslims in West-Europa, een grote mate van overeenstemming bestaat als het gaat om mensenrechten en onze gezamenlijke verantwoordelijkheid als het gaat om honger, armoede en milieuvervuiling.

 Ds. P. Lindhout

 Terug naar boven

---

Klik op vorige in uw browser om terug te keren naar kerkpleinjoure

---