|
HET DIENSTBOEK, DEEL II (2E AFLEVERING)
De verschillende orden van de dienst hebben achtereenvolgens
betrekking op belijdenis en doop van volwassenen, doop van kinderen, doop van
kinderen vanaf 6 jaar, belijdenis, belijdenis en doop van volwassenen en doop
van (hun) kinderen. Naast de orden voor de liturgische doopviering zijn ook
de formulieren opgenomen die in sommige gemeenten aan de behoudende kant van
het kerkelijke spectrum nog worden gehanteerd. Opvallend is een paragraafje
over het zegenen van zuigelingen op weg naar de doop. Wanneer ouders ervoor
kiezen om de doop te laten plaatsvinden op een tijdstip waarop de kinderen
zelf bewust zijn van wat er plaats vindt, kunnen ze toch behoefte hebben aan
een manier waarop ze in het midden van de gemeente hun blijdschap en
dankbaarheid kunnen tonen en waarbij ze het kind present willen stellen in de
kring van gelovigen. De redactie van het dienstboek vindt de term ‘opdragen’
hier minder gewenst. Het proefje komt uit deze orde. Lied (Bijvoorbeeld
psalm 100) Presentatie: Hier
in Gods huis zijn .. en .. met .. die hun is
toevertrouwd. Dankbaar geloven zij, dat hun kind een kind van God is. Vraag: Verlangen
jullie dat .. als geloofsleerling wordt opgenomen in
onze gemeente om haar/hem toe te leiden tot de doop? Antwoord: Ja,
dat verlangen wij. Gebed: Eeuwige,
onze God, die ons bij name kent, zegen dit kind, dat het in uw Naam geborgen
is. Geef dat het door de genade van de heilige Geest en omringd door de zorg van hen aan wie Gij het hebt
toevertrouwd mag groeien in geloof, hoop en liefde en komen zal tot het water van de doop. Door Christus, onze
Heer. Amen. Handoplegging: God, onze Vader, die de Geest deed rusten op Jezus, zijn
Zoon moge je geven dat je Hem als Vader leert aanroepen. Ds. Cor Waringa |