HET DIENSTBOEK, DEEL II (2E AFLEVERING)


Het eerste hoofdstuk (blz 53–176) in het Dienstboek, deel II, heeft betrekking op Doop en Belijdenis. Die twee zaken hebben met elkaar te maken. Vroeger was dat in de Gereformeerde Kerk vooral zo, omdat je belijdenis moest hebben gedaan voor je je kind kon laten dopen. Nu is dat verband vooral gelegen in het feit dat de belijdenis gezien wordt als een beaming van de doop. In de doop komt Gods heil tot ons als een belofte. Deze belofte gaat altijd aan ons geloof vooraf. Om dat accent te geven wordt in sommige orden eerst gedoopt en worden daarna de vragen gesteld. De doop wordt niet voorwaardelijk bediend, is niet afhankelijk van het geloof van de dopeling of van hen die de dopeling in de kerk hebben gebracht.

De verschillende orden van de dienst hebben achtereenvolgens betrekking op belijdenis en doop van volwassenen, doop van kinderen, doop van kinderen vanaf 6 jaar, belijdenis, belijdenis en doop van volwassenen en doop van (hun) kinderen. Naast de orden voor de liturgische doopviering zijn ook de formulieren opgenomen die in sommige gemeenten aan de behoudende kant van het kerkelijke spectrum nog worden gehanteerd. Opvallend is een paragraafje over het zegenen van zuigelingen op weg naar de doop. Wanneer ouders ervoor kiezen om de doop te laten plaatsvinden op een tijdstip waarop de kinderen zelf bewust zijn van wat er plaats vindt, kunnen ze toch behoefte hebben aan een manier waarop ze in het midden van de gemeente hun blijdschap en dankbaarheid kunnen tonen en waarbij ze het kind present willen stellen in de kring van gelovigen. De redactie van het dienstboek vindt de term ‘opdragen’ hier minder gewenst. Het proefje komt uit deze orde.

 

Lied        (Bijvoorbeeld psalm 100)

Presentatie:       Hier in Gods huis zijn .. en .. met .. die hun is toevertrouwd. Dankbaar geloven zij, dat hun kind een kind van God is.

Vraag:     Verlangen jullie dat .. als geloofsleerling wordt opgenomen in onze gemeente om haar/hem toe te leiden tot de doop?

Antwoord:         Ja, dat verlangen wij.

Gebed:    Eeuwige, onze God, die ons bij name kent, zegen dit kind, dat het in uw Naam geborgen is. Geef dat het door de genade van de heilige Geest     en omringd door de zorg van hen aan wie Gij het hebt toevertrouwd mag groeien in geloof, hoop en liefde     en komen zal tot het water van de doop. Door Christus, onze Heer. Amen.

Handoplegging:  God, onze Vader, die de Geest deed rusten op Jezus, zijn Zoon moge je geven dat je Hem als Vader leert aanroepen.

Ds. Cor Waringa