|
HET DIENSTBOEK, DEEL II (3E AFLEVERING) Deze keer gaat het over hoofdstuk III waarin liturgische
handreikingen worden gedaan in verband met de viering van de Maaltijd van de
Heer. In het eerste deel van het Dienstboek wordt al een veelheid aan
tafelgebeden aangereikt om te gebruiken in reguliere diensten van Woord en
Tafel. Hier, in deel II, betreft het vieringen in
bijzondere omstandigheden, wanneer de gemeente een kring vormt rond een
gemeentelid. Het vieren van de Maaltijd maakt de gemeenschap met de Heer en
met elkaar tot een tastbare werkelijkheid. Soms is iemand door ziekte of door
een handicap (tijdelijk) niet in staat met de gemeente samen te komen. Soms
weet men ook dat dit niet meer het geval zal zijn. In deze bijzondere
omstandigheden is er de mogelijkheid om, in nauw contact met de vierende
gemeente, de Maaltijd van de Heer te vieren in kleine kring. Het verlangen naar het samen breken en delen van brood en wijn
kan sterker worden wanneer men de dood onder ogen moet zien. In die gevallen
kan de Maaltijd ook buiten de samenkomst van de gemeente om gevierd worden. De gemeenschap wordt sterk ervaren wanneer het brood en de
wijn vanuit de kerk, vanaf de Tafel van de Heer, worden meegenomen naar het
huis van het betreffende gemeentelid en ook wanneer daar vrienden en
familieleden aanwezig zijn om samen met hem of haar het sacrament mee te
vieren. Er worden 5 orden aangereikt: Orde 1 is een korte orde die te
gebruiken is in aansluiting op de viering in de kerk, die men misschien al
via de kerkradio heeft ‘meegemaakt’. Orde 2 is een algemene orde. Orde 3 een
uitgebreide vorm voor de viering met een zieke. Orde 4 is hiervan een
verkorte versie en orde 5 betreft de viering van de Maaltijd met iemand wiens leven aan het eind komt. De woorden zijn bekend, vandaar
dat ik als proefje iets uit de toelichting doorgeef. Zorgvuldig en met overgave. De kleine kring van gemeenteleden en de plaats van de viering
in een huiskamer of ziekenkamer, vragen erom dat de Maaltijd zorgvuldig en
met overgave wordt voorbereid en gevierd. De diaken zorgt voor het meenemen
van brood en wijn, broodschaal en beker(s). Veel gemeenten bezitten
avondmaalsgerei voor het thuis vieren van de Maaltijd van de Heer. Wanneer er
gevierd kan worden rond de huiskamertafel dekt de diaken de tafel met een wit
kleed. Anders wordt een klein tafeltje of een bedtafeltje gebruikt. De
elementen staan gereed voor de viering begint. Is er een (huis)paaskaars
aanwezig, dan wordt deze bij het maken van voorbereidingen al aangestoken. Voor
het aansteken van een kaars aan het begin van de viering staat een kaars in
een kandelaar gereed. Om de aanwezigen de mogelijkheid te geven deel te nemen
aan een eventuele beurtspraak, is een gedrukte orde van dienst gewenst. Wanneer er ook behoefte is aan een informeel samenzijn dan kan
dat na de viering plaatsvinden. Na het treffen van de noodzakelijke
voorbereidingen wordt direct met de viering begonnen. Ds. Cor Waringa |