HET DIENSTBOEK, DEEL II (5E AFLEVERING)
Boven het hoofdstuk dat ik deze keer onder de loep neem
staat "BEDIENING VAN DE VERZOENING". Dat is iets nieuws, al komt er
vanwege de breedte der kerk, wel iets ouds in voor,
waarvan we al bijna vergeten waren dat het er was: formulieren van de ban of de
uitsluiting uit de gemeente van Christus en, om te gebruiken wanneer deze
tuchtmaatregel gewerkt heeft: formulier van de wederopneming van buiten geslotenen in de gemeente van Christus.
Het nieuwe is tweeledig. Eerst worden er liturgische
handreikingen gedaan voor een dienst waarin de nadruk ligt op de vergeving van
zonden. Daarna, maar dat komt een volgende keer aan de orde, wordt er een
liturgisch kader geboden waarin mensen die ooit in de
echt met elkaar verenigd werden en niet met elkaar verder kunnen, in vrede
uiteen kunnen gaan. In de protestantse traditie kennen we de persoonlijke
biecht niet meer en dus ook niet de persoonlijke vergeving, de absolutie.
Toch kan die als een weldaad worden ervaren en kracht geven
om verder te kunnen. De collectieve schuldbelijdenis in de traditionele
gereformeerde liturgie, gevolgd door een collectieve genadeverkondiging riep
vaak vragen op, omdat er niet persoonlijk schuld werd beleden en ook niet
concreet. Alle mensen zondigen immers, de één misschien meer dan de ander en de
één voelt zich ook eerder schuldig dan de ander.
De kracht van de persoonlijke biecht is dat zij zich
richt op schuld en gewetensnood van enkelingen.
In dit hoofdstuk vinden we ook een orde voor een gezamenlijke
boetedienst.
Deze laatste lijkt op de dienst die in Noord-Amerika wel
gehouden wordt op Aswoensdag, aan het begin van de veertigdagentijd. Het is een
uiting van het feit dat we het kwaad in de wereld zien en ervaren als een
gemeenschappelijk probleem, dat we dan ook het best gemeenschappelijk onder
ogen kunnen zien. In de uitgebreide toelichting wordt gezegd: ‘Het is ook
heilzaam om een spiegel voorgehouden te krijgen, als vorm van voorbereiding en
zelfonderzoek voorafgaand aan de kerkelijke feesten’. Deze spiegel bestaat uit
een groot aantal vragen, die men zichzelf kan stellen.
In de twee orden voor een
persoonlijke boete bidden de boeteling en de biechthoorder enkele fragmenten
uit de psalmen, en spreken zij over en weer een algemene schuldbelijdenis uit. De boeteling kan aanvullen met een persoonlijke belijdenis van zonde.
Deze keer als voorbeeld een gedeelte uit de gezamenlijke
boetedienst.
Na gewetensonderzoek en schuldbelijdenis is er
gelegenheid voor de gemeenteleden hun persoonlijke belijdenis van zonde op een
briefje te schrijven en dit naar voren te brengen. Bij de avondmaalstafel
staan de voorganger en de diaken met een schaal in hun handen, waarin de
briefjes worden neergelegd. De diaken zet de schaal neer en verbrandt de
briefjes, terwijl de voorganger de vrijspraak toezegt.
Voorganger: Op deze belijdenis en verootmoediging voor God
verkondig ik u als dienaar van Jezus Christus kwijtschelding,
ontbinding en vergeving van zonden
in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Allen: Amen.
Dankzegging: ps. 103 of een ander danklied.
Ds. Cor Waringa