HET DIENSTBOEK, DEEL II (FOUTJE)

 

In een stuk van de coördinatiecommissie die onze kerkenraden assisteert bij het fusieproces werd ik geattendeerd op het feit dat ik in aflevering 8, over het zegenen van relaties in liefde en trouw de woorden ‘zegenen’ en ‘inzegenen’ bij de verkeerde relatievorm heb gebruikt. In het Dienstboek wordt bij een huwelijk gesproken van inzegenen en bij andere relatievormen van zegenen.

Toen het onderwerp ‘Trouwdiensten’ op de (toen nog) triosynode werd behandeld, ontstond een impasse over de vraag of andere levensverbintenissen dan het huwelijk ook kerkelijk konden worden ingezegend. Vanwege de pluriformiteit koos men er toen voor om het aan de plaatselijke kerken over te laten om (na raadpleging van de gemeente) ook een zegen over deze relaties mogelijk te maken. Toen het onderwerp in eerste en tweede lezing op de synode ter sprake kwam, werden er voorstellen gedaan om de termen gelijk te laten zijn en in beide gevallen te spreken over het zegenen van de relatie. Dat is er uiteindelijk niet van gekomen. Het woord ‘inzegenen’ werd al vanouds gebruikt bij een huwelijk en de werkgroep kerkorde zag geen reden om het gebruik van dit woord uit te breiden naar niet huwelijkse relaties.

Zo worden er dus twee woorden gebruikt: zegenen en inzegenen. Omdat er verschillend gedacht wordt, hebben we nu ook twee verschillende termen die inhoudelijk precies hetzelfde betekenen. Dat blijkt ook wel uit de orden voor de trouwdienst die in het geheel niet van elkaar verschillen. Het is dus per se niet zo dat inzegenen meer is dan zegenen! In beide gevallen wordt een zegen uitgesproken over een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht.

Ds. Cor Waringa