HET
DIENSTBOEK, DEEL II (7E AFLEVERING)
Verreweg
het grootste hoofdstuk uit het dienstboek, deel II,
gaat over zegeningen. In de geschiedenis van het protestantisme heeft dit thema
weinig of geen aandacht gekregen. De reformatoren hebben de uitwassen die er op
dit terrein waren gegroeid, radicaal aangepakt. Voor bijna alles kon immers een
zegen worden gevraagd en verkregen. Vaak ging dit gepaard met het geloof in een
magische werking van die ontvangen zegen. In de tijd van de Verlichting, toen
iedere zweem van magie werd uitgebannen, kwam het zegenen van dingen of van
mensen nog meer onder druk te staan. In de protestantse kerk kwam de nadruk te
liggen op de zegen als zegenbede en het gebed om een zegen ligt heel dicht bij
een voorbede. Er is echter wel een principieel verschil: Bij een gebed (dus ook
bij een zegenbede) is de blik naar God gericht, bij een zegen (die van boven
komt, zo leert Jacobus ons) is de blik gericht op
degene die wordt gezegend door de Heer. Diegene is dus ook aanwezig. Iemand
voor wie gebeden wordt kan heel goed elders anders
verkeren.
Eigenlijk
kun je een zegen beschouwen als een heel geconcentreerde verkondiging van het
Woord. Het is een toezegging dat God heilzaam bij mensen aanwezig wil zijn. Wanneer
een zegen wordt uitgesproken dan is dat meer dan een vrome wens. Wanneer een
zegen gepaard gaat met een handoplegging dan mag degene die gezegend wordt dat
ervaren als in Psalm 139 staat: U legt uw hand op mij. Wonderlijk zoals U mij
kent.
In de
traditie van de (Rooms-Katholieke) kerk is het de
gewoonte geworden om niet alleen mensen te zegenen, maar ook voorwerpen,
huizen, kerken, vervoermiddelen, landerijen, de koeien in de stal. Daarbij is
men er zich wel steeds meer van bewust dat het hier toch ten diepste gaat om
het welzijn van de mensen. Een ritueel zal toch altijd een
liturgische inkleding hebben, waarbij, hoe summier ook, een woordverkondiging
zal plaatshebben, waarbij geappelleerd wordt aan onze menselijke
verantwoordelijkheid. In een gezegende auto ga je immers niet roekeloos rijden!
In dit
hoofdstuk over zegeningen komen de volgende onderdelen voor:
- dankzegging en zegening na de geboorte (of
adoptie) van een kind
- reiszegen
- zegening en zalving van zieken
- huiszegen
- tafelzegen
- ingebruikneming van een kerkgebouw /
buitengebruikstelling van een kerkgebouw
Over
de reiszegen heb ik in de eerste aflevering van deze serie al iets gezegd. De
tafelzegen is een kort liturgisch moment bij het begin van een maaltijd. God
wordt gezegend om het goede dat Hij ons geeft. Bijvoorbeeld met de
psalmwoorden: “Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God,
Koning van de wereld, die het brood uit de aarde doet voorkomen”. Een gezongen
zegenbede is het proefje van deze keer:
Bron van ons leven,
Brood ons gegeven,
zegen ons
samenzijn
hier op dit uur
–
met al uw gaven
wilt Gij ons
laven,
voedsel voor nu
en op
den lange duur
–
zegen ons
samen,
doe ons beamen
dat Gij uw
vrede deelt,
vruchtbaar en
puur.
Ds. Cor
Waringa