VERSLAG VAN DE GEMEENTEAVOND OP 15 FEBRUARI IN DE KOEPEL
Preses Nynke de
Boer kon 66 aanwezigen welkom heten.
In haar opening vergeleek Nynke ons plaatselijk PKN-proces met een treinreis.
De trein rijdt, het reisdoel lijkt
duidelijk, maar het is nog niet bekend wat we al reizend aantreffen en bij
welke haltes we wellicht oponthoud hebben. Ook is het nog niet duidelijk wat we
aan bagage allemaal mee kunnen nemen. Er zal gekozen moeten worden, anders komt
die trein niet meer vooruit. En het mag duidelijk zijn, dat de gemeente in de
trein moet blijven zitten, anders wordt het reisdoel niet gehaald.
Vandaar dat het goed is om elkaar op te
hoogte te stellen van de ontwikkelingen en elkaar daarover te bevragen. Gelukkig hebben de machinisten (de
coördinatiecommissie) de trein goed in de hand tot dusver en lijkt het
begintraject voorspoedig te verlopen.
Samen zingen we lied 314, de coupletten 1
en 3.
Daarna licht Dirk Wassenaar kort toe hoe de
commissie in samenwerking met de kerkenraden tot dusver heeft gewerkt en hoe
het "Gezicht van de Protestantse Gemeente te Joure c.a." tot stand is
gekomen.
Vanuit de gemeente komt een aantal op- en
aanmerkingen:
a. Enkelen
vragen zich af of er grenzen worden gesteld aan de "veelkleurige
gemeente" en zo ja, waar die grenzen liggen. Kan de gemeente ook plaats
bieden aan Gereformeerde Bonders enerzijds en Evangelicalen anderzijds om maar een paar uitersten te
noemen? Kunnen we bijv. een Gereformeerde
Bondspredikant op de kansel verwachten? Vanuit de commissie en de kerkenraad wordt
gesteld, dat de Protestantse Gemeente ruimte wil bieden voor verschillende
opvattingen en belevingen, Maar de grens ligt daar waar personen of groepen
zelf geen ruimte bieden en hun eigen opvattingen als alleen zaligmakend
verklaren.
b. Enkele
anderen juichen toe, dat er verschillen mogen zijn. Dat levert inhoud en
diepgang aan het gesprek.
c. Ook
wordt gesteld, dat het "Gezicht…" een wat wervender karakter had mogen hebben. Vanuit de commissie
wordt geantwoord, dat dat nu juist in het beleid en in
de activiteiten moet worden verwoord. De uitgangspunten bieden wel degelijk de
mogelijkheid om een wervend beleid te voeren.
d. Enkelen
hebben moeite met de "verbondenheid met het volk Israël". Het woord
"volk" mag wel geschrapt worden. Vanuit de commissie en de kerkenraad
wordt duidelijk gemaakt, dat hierbij niet aan de staat Israël gedacht moet
worden, maar meer aan wat d.m.v. het Oude Testament is geopenbaard. Soms wordt
de één gezegend om de ander tot een zegen te zijn. Bovendien is deze passage
ook een principieel onderdeel van de landelijke kerkorde (de roeping van kerk
en gemeente, artikel 1, lid 7).
e. Er
wordt waardering geuit voor de formulering en het taalgebruik en de ruimte die
geschapen wordt. In grote meerderheid kunnen de aanwezigen zich vinden in dit
"Gezicht van de Protestantse Gemeente te Joure c.a."
Toch durft niet iedereen zijn vinger op te
steken, omdat er zo hier en daar wel aarzelingen zijn over waar we uiteindelijk
gezamenlijk uitkomen.
Wordt het hervormde kerkgebouw afgestoten,
omdat een eigentijdse geloofsbeleving daar niet meer past? Leveren we in op het
aantal predikanten? Riskeren we geen scheuring en onrust, zoals in den lande
toch wel speelt? En waarom geen federatief verband? De kerkenraden zetten met
een fusie wel erg hoog in.
Anderen brachten hier tegen in, dat niet
van het negatieve moet worden uitgegaan. Het gaat niet alleen om wat we in
moeten leveren, maar ook wat we met de nieuwe situatie kunnen winnen. Bovendien
wordt het na zo’n 40 jaar tijd om eens een stap te doen.
Een enkeling had uit eigen ervaring heel positieve gevoelens bij het samen op
weggaan in de (Flevo)polder.
Hoewel de discussie juist door deze
aspecten een levendig karakter kreeg, werd door de gespreksleiding beklemtoond,
dat we daarmee een halte te vroeg zijn. We moeten voorkomen, dat allerlei
vermeende activiteiten en beslissingen een eigen leven gaan leiden. Op dat punt
zijn we nog niet. Eerst moeten de kerkenraden nu bekijken welk beleid vanuit de
uitgangspunten mogelijk is, vervolgens welke organisatie hier bij past en
daarna welke gevolgen dat heeft en tot welke activiteiten dat leidt. Op dit
moment zijn allerlei geledingen in de kerk aan het werk gezet om samen punten
aan te dragen voor een beleidsvoorstel. Op de gemeenteavond in mei hopen we dit
voorstel aan de gemeente te kunnen presenteren.
Na de pauze liet commissielid Frits Pasveer een dvd zien met
allerlei kerk- en belevingsvormen, passend binnen de Protestantse Kerk in
Nederland. We kunnen werkelijk alle kanten uit.
En het viel nog niet mee om d.m.v. een
puntensysteem een zekere voorkeur aan te geven. De punten zijn zeer verdeeld en
de conclusie dringt zich op, dat de aanwezige gemeenteleden een voorkeur hebben
voor variatie en diversiteit, kortom: voor veelkleurigheid.
Uiteindelijk zijn de meeste punten
toegekend aan de evangelisch getinte jongerensamenkomst (155), de eredienst in
de Jacobikerk (96) en de Lutherse herdenkingsdienst
(71) en dat verraadt een voorkeur voor aandacht voor jongeren, aandacht voor de
(ons bekende) eredienst, met (voor anderen) ruimte voor (nieuwe) liturgische
elementen en rituelen. Moeilijk dus om in een paar woorden samen te vatten.
Tenslotte werd er in tafelgroepen gediscussieerd over de volgende
punten:
a. Dit neem ik graag mee.
b. Dit kan ik best missen.
c. Ik heb nog wel nieuwe ideeën.
T.a.v. punt a blijkt na het bestuderen van
de ingeleverde formulieren, dat de aanwezige gemeenteleden zich in grote
meerderheid kunnen vinden in de geloofsbeleving zoals we die momenteel
praktiseren. Er is veel wat we mee willen nemen. Het vaakst wordt genoemd: onze
dominees, de cantorij, de vorming en toerusting, ons kerkgebouw, de paascyclus/stille week en het koffiedrinken na de dienst.
T.a.v. punt b wordt nogal eens genoemd, dat
we niets willen missen, behalve lege stoelen. Ook genoemd wordt: dogmatisch
denken, somberheid in liederen en preken, avonddiensten en vergaderingen.
Persoonlijke aanbevelingen (punt c) zijn
ondermeer: meer aandacht voor p.r., meer wijkgericht (herv/geref) werken, wisselende diensten voor wisselende
doelgroepen, kleinschalig opdelen van de gemeente (Broek wordt als voorbeeld
aangehaald), veel meer jeugdgericht werken (en een aansprekende jongerenwerker
aantrekken), meer "vlotte" muziek en meer "blijheid" in de
kerk (combo, muziekinstrumenten), zo nu en dan wat cultureels (kunst, drama,
dans, cabaret), gebruik de mogelijkheden van beide, zeer verschillende,
gebouwen en geef aandacht aan zinvolle rituelen.
Om kwart over 10 sloot ds. Lindhout deze
gemeenteavond met gebed en samen zongen we lied
Ben de Jong (scriba)